Wonen op een plek vol historie

Door het schone IJsselwater hadden zich al in de achttiende eeuw blekerijen in Gouda gevestigd. Vooral langs de singels want daar was nog voldoende ruimte voor grote bleekvelden. Eén van deze blekerijen was De Drie Notenboomen aan de Kattensingel. Overigens is deze singel al gegraven tussen 1350 en 1352. Al in de 16e eeuw was op deze plek een blekerij gevestigd. In 1709 werd deze Goudsche Stoomblekerij voor het eerst in de Goudse archieven genoemd. In 1829 kwam de blekerij in handen van de Limburgse patriciërsfamilie Jaspers welke tot de sluiting in 1972(!) eigenaar bleven. Tussen 1811 en 1986 heeft Gouda 73 blekerijen en wasserijen gekend.

Eén keer per jaar wassen
Opvallend detail is dat in deze bedrijfstak bijzonder weinig Gouwenaars hun brood verdienden. De meeste blekers waren rijke families afkomstig uit Brabant en Limburg. Ze wierven ook hun personeelsleden – vooral jonge meisjes- uit deze provincies. De werkomstandigheden waren – op z’n zachts gezegd- niet erg best; de dagen waren lang, warm en vochtig. De meisjes woonden – tot hun huwelijk- op de broeierige, lage zolders boven de werkruimtes. Meer dan 80% van de klanten kwamen van buiten Gouda. De gegoede klasse liet meestal één keer (!) per jaar het wasgoed wassen en bleken. Misschien komt hier wel het woord rijke stinkerds vandaan…

Stoom & Oma Daalmans
In 1866 begon de industriële revolutie pas echt bij de Goudse blekerijen door de komst van de eerste drie stoommachines. Binnen korte tijd was de hele bedrijfstak ‘verstoomd’ en in 1876 werden alle blekerijen door stoom aangedreven. Het bracht vooruitgang, betere werkomstandigheden maar ook rampen met zich mee. In 1919 explodeerde de ketel van wasserij De Rijzende Zon van de familie Daalmans, die gevestigd was aan de Fluwelensingel. De enorme ketel werd over een afstand van veertig meter weggeslingerd. Dat kwam in de bedrijfstak hard aan, maar vooral bij de slapende oma Daalmans waar het 2000 kilo zware gevaarte op bed neerkwam.
Snel na de tweede wereldoorlog nam het aantal blekerijen af door de komst van chemische reinigingsmiddelen en – jawel- met de komst van de wasmachine. Een voor een sloten ze hun deuren.

Het doek valt
In de jaren 70 van de vorige eeuw viel het spreekwoordelijke doek definitief. Bijna alle bouwkundige restanten zijn inmiddels verdwenen, behalve van een deel van de Goudsche Stoomblekerij De Drie Notenboomen aan de Kattensingel en Het Wapen van Amsterdam aan de Blekersingel. Boven de dubbele deuren van het aangrenzende, overgebleven gebouw bevindt zich een groot reliëf van drie ineengestrengelde notenbomen met daarin twee duiven. Op de achtergrond is een fresco met daarop een voorstelling uit het wasserijbedrijf.

Met recht dus een bijzondere plek! Wees welkom in de Goudsche Stoomblekerij !